Gelet op de verschillende bemestingsnormen en de uitregeling in het mestdecreet
bestaat er een voldoende wettelijke regeling voor de gelijkmatige verspreiding.
D. Betreffende het uitblijven van een actieprogramma
Zoals reeds beschreven in het rapport vanwege het Vlaams Gewest zoals bedoeld in
artikel 10 van de Nitratenrichtliin (medegedeeld per brief van 09.01.1996), werden
de punten van het actieprogramma verwerkt in de mestwetgeving.
Hiema volgt een overzicht.
e Periodes waarin het op de bodem brengen verboden is:
_ Wettelijke regeling voor dierlijke mest en andere meststoffen:
- Normale gebieden (mestdecreet arı. 17, $len$2):
algemeen verbod var 21 september tot en met 2] januari ;
- versoepeling voor volgende teeltcombinaties :
” gras + mais , wintertarwe na aardappelen: verbod van 22 oktober
tot 21 januari
* wintertarwe na suikerbieten: verbod van 7 december tor 21
Januari
Uitzondering op het uitrijverbod : geen verbodsperiode voor stalmest (mestdecreet art. 17,
$9)
- Grondwaterwingebieden zone Il, III, Nitraatgevoelige zone A, Valleigebied, ecologische
waardevolle agrarisch a gebieden, natuurontwikkelingsgebieden, 'bosgebieden,
natuurgebieden en natuurreservaten volgens Gewestplan® (mestdecreet art. 17 $ 3):
verbod varı ] september tot en met 21 januari (voor alle teelten)
- Oppervlaktewaterwingebieden zone A en B (mestdecreet art. 17 $ 4):
verbod varı | september tot en met 15 februari (voor alle teelten)
® Gebieden aangeduid in het kader van de Wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke
ordening en varı de stedebouw
Nitsatenrich£li/a (91/676/EEG}
antw. Vilaams Gewest ingebsekestelliug
brief Commisale van 28.10.1997
13/01 '98 MAR 17:14 L[TX/RX N 6742] 1014