2022-07-25_1-nl-1990-4113-info-1990-lfn-ro-of-2002-2003

/ 79
PDF herunterladen
Y Y
w Y

Kun SECRETARIAAT-GENERAAL
ww

 

 

mn,

 

     
 
    
   
 
  
 
 
 

 

 
 

Met redenen omkleed advies
Inbreuk nr. 1990/4113

Betreft:

  

www | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
% %

Sn En mug: II. nen
CCUSE DE RECEPTION| Bruse,h 1912 82
NO®A SG(2002)D/ 221050
je nazergs dimenimere)
REGU LE n
BEZ) /Tr2 A HEURES | DERMANENTE
RERE: PAR TELFEAN KEURES VERTEGENWOORDIGING
BENATINE VAN NEDERLAND BIJ DE
u L 7 EUROPESE UNIE
De Herrmann-Debrouxlaan 48
en 1160 BRUSSEL

 

 
  

Het Secretariaat-generaal doet u hierbij de tekst toekomen van het met redenen omklede
advies dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 228 van het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap aan het Koninkrijk der Nederlanden
richt wegens het niet nemen van de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest
van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in Zaak C-152/98 betreffende het in
onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van
4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die
in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.

 
 
    
    
 
 
     

Voor de Secretaris-generaal

     
    

PERMANENTE VERTEGENWOORpIGING
VAN NEDERLAND “ y°
2 FUROPESE UNIE ak in BIS
ebrouxiaan 48 is
1160 BRUSSEL

     
  

Bijl. C(2002) 5189

 
 

Europese Commissie — Kantooradres : BREY 13/74, B-1049 Brussel - Belgie
Telefoon: doorkiesnummer 32 (0) 2 299.11 .66, centrale 32 (0) 2 299.11.11.
Fax: 32 (0) 2 296.66.55

http://europa.eu.int/comm/secretariat general
61

CH COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
x

>
Fur

Kyrr

Brussel, 17/12/2002

1990/4113
C(2002) 5189

MET REDENEN OMKLEED ADVIES

 

gericht aan het Koninkrijk der Nederlanden krachtens artikel 228 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap wegens het niet nemen van de maatregelen die
nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in
Zaak C-152/98 betreffende het in onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van
Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging
veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de
Gemeenschap worden geloosd
62

Deze rechtspraak is recent door het Hof van Justitie bevestigd in zijn arrest van 4
Juli 2000 (C-387/97, Jur. I-05047, overweging 82).

3. Aangezien uit de door het Koninkrijk der Nederlanden verstrekte informatie, die
aan de Commissie is meegedeeld bij brieven van 3.08.2001 (jiz-12501a) en
22.05.2002 (jiz-13449), en tijdens een informeel bezoek aan de Commissie op
3.12.2001, niet blijkt dat volledig en op juiste wijze uitvoering is gegeven aan het
in punt 1 bedoelde arrest van het Hof, heeft de Commissie, volgens the procedure
van artikel 228 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, bij
brief van 27.06.2002 (ref. SG(2002) D/220193) het Koninkrijk der Nederlanden
in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden zijn opmerkingen te maken.

4. Bij brief van 26.08.2002 (13796) heeft Nederland bevestigd dat het nog geen
volledige uitvoering had gegeven aan bovenvermeld arrest van het Hof van
Justitie. Nederland heeft laten weten dat op basis van verschillende
meetcampagnes een definitieve lijst van voor de Westerschelde relevante stoffen
zal worden opgesteld. Voorts is het de bedoeling bindende doelstellingen voor de
waterkwaliteit vast te stellen voor de stoffen waarvoor Nederland tot dusver
dergelijke doelstellingen niet heeft vastgesteld. Programma's met maatregelen
voor het terugdringen van de verontreiniging zullen worden opgesteld voor de
stoffen die niet aan die doelstellingen voldoen.

5, De Commissie merkt op dat de door Nederland verstrekte informatie alleen een
beschrijving van de te nemen maatregelen en de desbetreffende planning bevat.
Zij concludeert dat Nederland nog steeds niet de nodige juridisch bindende
maatregelen heeft genomen die vereist zijn voor de uitvoering van het betrokken
arrest.

Gezien het voorgaande, concludeert de Commissie dat het Koninkrijk der
Nederlanden nog steeds niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn ter
uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in Zaak
C-152/98 betreffende het in onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van
Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging
veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de
Gemeenschap worden geloosd.

OM DEZE REDENEN BRENGT

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

na bij brief van 27.06.2002 (ref. SG(2002)D/220193) het Koninkrijk der Nederlanden in
de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken en rekening houdend met
het antwoord van de regering van het Koninkrijk der Nederlanden van 26.08.2002
(ref. SG(2002)A/09121),
63

COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES

SECRETARIAT-GENERAL

 

 

Brussels,

SG(2002)D/

THE NETHERLANDS PERMANENT
REPRESENTATION TO THE
EUROPEAN UNION

Herrmann-Debrouxlaan 48
1160 BRUSSELS

RO 228 EC

Subject: Reasoned Opinion
Infringement No 1990/4113

Please find enclosed the text of the Reasoned Opinion addressed by the Commission of the
European Communities to the Kingdom of the Netherlands under Article 228 of the Treaty
establishing the European Community on account of the failure to take measures to
implement the judgement of the Court of Justice of the European Communities, dated
10.05.2001, in Case C-152/98 concerning the failure to correctly transpose Article 7 of
Council Directive 76/464/EEC of 4 May 1976 on pollution caused by certain dangerous
substances discharged into the aquatic environment ofthe Community.

For the Secretary-Gencral

Sylvain BISARRE
64

REASONED OPINION

addressed to the Kingdom of the Netherlands under Article 228 of the Treaty establishing
the European Community on account of the failure to take measures to implement the
judgement of the Court of Justice of the European Communities, dated 10.05.2001, in
Case C-152/98 concerning the failure to correctly transpose Article 7 of Council
Directive 76/464/EEC of 4 May 1976 on pollution caused by certain dangerous
substances discharged into the aquatic environment ofthe Community

1. The judgement by the Court of Justice of the European Communities of
10.05.2001 in Case C-152/98 concerning Commission/Kingdom of the
Netherlands states that:

"by failing to adopt for the Scheldt basin all the measures necessary to transpose
Article 7 of Council Directive 76/464/EEC of 4 May 1976 on pollution caused by
certain dangerous substances discharged into the aquatic environment of the
Community, the Kingdom of the Netherlands has failed to fulfil its obligations
under that directive".

2. Under Article 228 of the Treaty establishing the European Community, if the
Court of Justice finds that a Member State has failed to fulfil an obligation under
the Treaty, the State is required to take the necessary measures to comply with the
judgement of the Court of Justice.

In its Order of 28 March 1980 (Joined Cases 24 and 97/80 R, Commission v
France [1980] ECR 1319, at paragraph 16 of the operative part), the Court stated
that: "As the Court held in its judgement of 13 July 1972 in Case 48/71,
Commission of the European Communities v Italian Republic [1972] ECR 527,
the finding in a judgement having the force of res judicata that the Member State
concerned has failed to fulfil its obligations under Community law amounts to "a
prohibition having the full force of law on the competent national authorities
against applying a national rule recognized as incompatible with the Treaty and,
if the circumstances so require, an obligation on them to take all appropriate
measures to enable Community law to be fully applied". It follows that by reason
solely of the judgment declaring the Member State to be in default, the State
concerned is required to take the necessary measures to remedy its default and
may not create any impediment whatsoever."

In its judgement of 6November 1985 (Case 131/84 Commission v Italy
[1985] ECR 3531, at paragraph 7 of the operative part), the Court also held that
"Article 171 of the EEC Treaty (now Article 228 EC) does not lay down a time-
limit within which a judgment must be complied with. However, it is well
established that the implementation of a judgment must be commenced
immediately and must be completed as soon as possible."

This case law has recently been confirmed by the Court of Justice in its Judgement
of 4 July 2000 (C-387/97, Rep. I-05047, paragraph 82).
65

ofthe Community, the Kingdom of the Netherlands has failed to fulfil an obligation under
Article 228 ofthe Treaty establishing the European Community.

Pursuant to Article 228(2) of the Treaty establishing the European Community, the
Commission invites the Kingdom of the Netherlands to take the necessary measures {0
comply with this Reasoned Opinion, by adopting, within two months of receipt of this
opinion, the measures required to comply with the judgement of the Court of 10.05.2001,
in Case C-152/98 concerning the failure to correctly transpose Article 7 of Council
Directive 76/464/EEC of 4 May 1976 on pollution caused by certain dangerous
substances discharged into the aquatic environment of the Community.

The Commission would also draw the attention of the Government of United Kingdom of
Great Britain and Northern Ireland to the financial penalties that the Court of Justice may
impose, under Article 228(2) of the Treaty establishing the European Community, on a
Member State which fails to comply with its judgement.

Pursuant to the same Article, when referring the case to the Court of Justice, the
Commission will specify the amount of the lump sum or penalty payment to be paid by
the Member State concerned which it considers appropriate in the circumstances.

Done at Brussels, [insert date]

For the Commission

Member ofthe Commission
66

witz | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
8 4%
| W, . er SECRETARIAAT-GENERAAL
ES a 1 g I
CCHSE DE RECEPTIO Brussel, EU run
NOo®I SG(2002)D/ 221050
jen naracteres Gimgrimene)
LE E
Rem 7/72 A HEURES | DERMANENTE
RER PAR TELEFAX A KEURESE VERTEGENWOORDIGING
VAN NEDERLAND BIJ DE
EUROPESE UNIE
Herrmann-Debrouxlaan 48
1160 BRUSSEL

 

 
 
 

  

Met redenen omkleed advies
Inbreuk nr. 1990/4113

 
 
    
 

Het Secretariaat-generaal doet u hierbij de tekst toekomen van het met redenen omklede
advies dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 228 van het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap aan het Koninkrijk der Nederlanden
richt wegens het niet nemen van de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest
van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in Zaak C-152/98 betreffende het in
onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van
4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die
in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.

 
   
      
 
 
     
     

Voor de Secretaris-generaal

OORDIGING \

£

PERMANENTE VERTEGENW

      
   
 

5 VAN NEDERLAND ci
. DE EUROPESE Unje 4
ermann Debrouxigan 48 Sylvain BIS
1160 BRUSSEL

  
 

Bijl. C(2002) 5189

 
 

Europese Commissie — Kantooradres : BREY 13/74, B-1049 Brussel - Belgie
Telefoon: doorkiesnummer 32 (0) 2 299.11.66, centrale 32 (0) 2 299.11.11.
Fax: 32 (0) 2 296.66.55

http://europa.eu.int/comm/secretariat general
67

ir COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
x #

>
”>

Yr ”
Kur

Brussel, 17/12/2002

1990/4113
C(2002) 5189

MET REDENEN OMKLEED ADVIES

 

gericht aan het Koninkrijk der Nederlanden krachtens artikel 228 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap wegens het niet nemen van de maatregelen die
nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in
Zaak C-152/98 betreffende het in onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van
Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging
veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de
Gemeenschap worden geloosd
68

Deze rechtspraak is recent door het Hof van Justitie bevestigd in zijn arrest van 4
Juli 2000 (C-387/97, Jur. I-05047, overweging 82).

3. Aangezien uit de door het Koninkrijk der Nederlanden verstrekte informatie, die
aan de Commissie is meegedeeld bij brieven van 3.08.2001 (jiz-12501a) en
22.05.2002 (jiz-13449), en tijdens een informeel bezoek aan de Commissie op
3.12.2001, niet blijkt dat volledig en op juiste wijze uitvoering is gegeven aan het
in punt | bedoelde arrest van het Hof, heeft de Commissie, volgens the procedure
van artikel 228 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, bij
brief van 27.06.2002 (ref. SG(2002) D/220193) het Koninkrijk der Nederlanden
in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden zijn opmerkingen te maken.

4. Bij brief van 26.08.2002 (13796) heeft Nederland bevestigd dat het nog geen
volledige uitvoering had gegeven aan bovenvermeld arrest van het Hof van
Justitie. Nederland heeft laten weten dat op basis van verschillende
meetcampagnes een definitieve lijst van voor de Westerschelde relevante stoffen
zal worden opgesteld. Voorts is het de bedoeling bindende doelstellingen voor de
waterkwaliteit vast te stellen voor de stoffen waarvoor Nederland tot dusver
dergelijke doelstellingen niet heeft vastgesteld. Programma's met maatregelen
voor het terugdringen van de verontreiniging zullen worden opgesteld voor de
stoffen die niet aan die doelstellingen voldoen.

3, De Commissie merkt op dat de door Nederland verstrekte informatie alleen een
beschrijving van de te nemen maatregelen en de desbetreffende planning bevat.
Zij concludeert dat Nederland nog steeds niet de nodige juridisch bindende
maatregelen heeft genomen die vereist zijn voor de uitvoering van het betrokken
arrest.

Gezien het voorgaande, concludeert de Commissie dat het Koninkrijk der
Nederlanden nog steeds niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn ter
uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie, de dato 10.05.2001, in Zaak
C-152/98 betreffende het in onvoldoende mate uitvoering geven aan artikel 7 van
Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging
veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de
Gemeenschap worden geloosd.

OM DEZE REDENEN BRENGT

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

na bij brief van 27.06.2002 (ref. SG(2002)D/220193) het Koninkrijk der Nederlanden in
de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken en rekening houdend met
het antwoord van de regering van het Koninkrijk der Nederlanden van 26.08.2002
(ref. SG(2002)A/09121),
69

PR COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES

28

Br x PR SECRETARIAT-GENERAL
Brussels,
SG(2002)D/
THE NETHERLANDS PERMANENT
REPRESENTATION TO THE
EUROPEAN UNION
Herrmann-Debrouxlaan 48
1160 BRUSSELS

RO 228 EC

Subject: Reasoned Opinion
Infringement No 1990/4113

Please find enclosed the text ofthe Reasoned Opinion addressed by the Commission of the
European Communities to the Kingdom of the Netherlands under Article 228 of the Treaty
establishing the European Community on account of the failure to take measures to
implement the judgement of the Court of Justice of the European Communities, dated
10.05.2001, in Case C-152/98 concerning the failure to correctly transpose Article 7 of
Council Directive 76/464/EEC of 4 May 1976 on pollution caused by certain dangerous
substances discharged into the aquatic environment ofthe Community.

For the Secretary-Gencral

Sylvain BISARRE
70

Zur nächsten Seite