Reply Flanders to LFN 260 of 27 4 2006 - SG A 3530 - redacted
installaties. Het resulterend netwerk blijft in ieder geval benaderd als 1 agglomeratie. Ook zullen de geplande investeringen op zo kort mogelijke termijn gerealiseerd worden. In de huidige rapportering wenst het Vlaams Gewest echter wel haar resterend uit te voeren verplichtingen vallend onder de deadline 1998 exact te situeren en niet langer uitgebreid met verplichtingen vallend onder andere deadlines en/of zelfs buiten de scope van de richtliin Stedelijk Afvalwater. Gezien het groot aantal projecten dat reeds is uitgevoerd, blijft de impact hiervan beperkt tot 6 agglomeraties (Aalter, Hamme, Tongeren, Sint-Pieters-Leeuw, Temse en Ruisbroek), waarvoor ter illustratie van de wijze waarop de agglomeratie is samengesteld kaartmateriaal wordt toegevoegd waarop de aansluitende agglomeraties worden aangegeven (zie bijlage 4). Hierbij is de inkleuring bepalend voor de klasse van agglomeratie (< 2.000 IE, 2.000 — 10.000 IE, > 10.000 IE). De gerapporteerde agglomeratiegrootte werd in deze gevallen beperkt tot de som varı de reeds aangesloten agglomeraties. . Wat de agglomeratie Merchtem betreft: ook deze agglomeratie is een samengesteld geheel van kleinere agglomeraties; gezien geen enkele agglomeratie groter is dan 10.000 IE behoort deze eigenlijk niet meer tot deze klasse van agglomeraties. De gerapporteerde gegevens hebben nog betrekking op de samengestelde agglomeratie uit het verleden. Identificatienummer Voor de agglomeratie Dilsen werd ons geen identificatienummer toegekend in het verleden (verkeerdelijk werd de RWZI toegevoegd aan de agglomeratie Tongeren waartoe ze niet behoort). Betrokken gemeenten Voor het Vlaams Gewest worden hieronder de deelgemeenten opgesomd. Agglomeraties afwaterend naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Voor de twee agglomeraties afwaterend naar het Brussels Hoofdstedeliik Gewest wordt door het Vlaams Gewest (bij wijze van uitzondering en specifiek voor deze twee gebieden) enkel gerapporteerd over de stand van zaken van aansluiting van de aan te sluiten inwoners van het Vlaams Gewest. Voor de volledige agglomeratiegegevens verwijzen we naar de rapportering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: op basis van studiegegevens (1993 & 1984) en meetgegevens (2002) werd de totale vuilvracht van het Vlaams Gewest in deze beide agglomeraties berekend, dit wil zeggen inclusief alle ondernemingen aanwezig in deze gebieden. Het zijn deze laatste cijfers, die door het Brussels Hoofdstedelik Gewest werden aangewend, voor zowel de bepaling var de agglomeratiegrootte van de agglomeratie Brussel, als voor de ontwerpcapaciteit van de beide installaties. 2. Opvang en afvoer Financiering De opvang en afvoer van het stedelijk afvalwater dient in het Vlaams Gewest gerealiseerd te worden door de gemeenten. In de agglomeraties is de uitbouw van de gemeentelijke riolering volledig gerealiseerd (met andere woorden: C1 = agglomeratiegrootte). Gezien de uitbouw volledig valt onder de gemeenteliike bevoegdheid zijn de totale financieringsgegevens hieromtrent bij het Vlaams Gewest niet gekend. Wel financiert het Gewest via subsidiring biikomend gewenste optimalisaties (renovaties of ontbrekende schakels) van gemeentelijke rioleringen. Concreet werden per jaar door het Vlaams Gewest de volgende kredieten voorzien en vastgelegd als subsidie: Jaa Vastgelegd (euro) Voorzien (euro) 1996 |24.789.352,48 24.784.603,09 37.184.028,72 37.115.791,78 34.446.066,13 31.638.258,67 7 ‚028, 1998 |61.913.886,75 61.878.116,80 9 .066, 2000 |66.428.027,83 66.350.927,87
2001 |62.563.367,78 62.461.731,44
2002 _|65.764.000,00 65.622.965,00
2003 |65.764.000,00 + 30.667.000,00 (extra |695.752.294,76 + 30.596.644,75
kredieten op Minafonds bij begrotingsbespreking
67.492.000,00 (Minafonds) + 50.000.000 | 67.456.344,50 + 49.842.693,30 +
(extra budget op Algemene Uitgavenbegroting) + | 13.669.728,69
13.721.000 (herbestemming te annuleren
kredieten via decreetsbepaling in Uitgavenbegroting
2004, cf. VIF protocol .
2005 |76.750.000,00 74.575.596,81
2006 |66.750.000(voorlopig cifer= reguliere nn
kredieten, extra middelen zijn mogelijk in de loop
van 2006.
De werkelijke investeringskost door de gemeente voor de betrokken projecten bedroeg gemiddeld het
drievoudige (het betreft een gedeeltelijke subsidie op de rioleringswerken). Daarnaast investeerden
verschillende gemeenten nog bijkomende budgetten, onafhankelijik van de subsidies, in diverse
rioleringswerken (onderhoud, herstelling, aanleg).
DD
oO
oO
ESS
Er wordt recurrent ongeveer 67 miljoen euro voorzien ter ondersteuning van de gemeentelijke
investeringen. Zoals blijkt het overzicht werden de budgeiten in 2003, 2004 en 2005 substantieel
verhoogd om de uitvoering van de gemeentelijke rioleringswerken nog beter te kunnen afstemmen op
de uitvoering van de bovengemeentelijke werken. Ook voor 2006 en later zijn kredietverhogingen
kunnen extra middelen aangewend worden.
Noch de lekkages, noch de overstortingen van het opvangsysteern worden geacht elk afzonderlijk
meer dan 5% verlies van de opgevangen belasting te veroorzaken. In de ‘Code var goede praktijk
voor de aanleg van openbare riolen’ ‚ziin hieromtrent de nodige verplichtingen opgenomen. De
betrokken passages worden toegevoegd in bijlage 2.
3. Aansluiting
Financiering
De aansluiting van het door de gemeenten opgevangen en afgevoerde stedelijk afvalwater op de
zuiveringsinstallaties geschiedt via de aanleg van collectoren. De realisatie hiervan valt onder de
bevoegdheid van het Vlaams Gewest en wordt uitgevoerd door de NV Aquafin.
In tegenstelling tot voorgaand onderdeel beschikt het Vlaams Gewest hier wel over de
financieringsgegevens. We hebben er dan ook voor geopteerd deze in dit onderdeel van de
rapportering toe te voegen, wel beperkt tot de investeringen uitgevoerd sinds de oprichting van de NV
Aquafin (inclusief de investeringen via het programma Buitengewoon Onderhoud).
Stand van zaken
Zoals blijkt uit de detailgegevens per agglomeratie is de aansluitingsverplichting voor de
agglomeraties groter dan 10.000 IE op datum var 31-12-05 reeds voor 89% gerealiseerd.
Op 31-12-06 verwachten we een aansluitingsgraad van 92%.
Op 31-12-07 verwachten we een aansluitingsgraad van 98%.
Al de overige aansluitingen worden verwacht uiterlijk in 2008 gerealiseerd te zullen zijn.
Aansluiting kan in onze interpretatie slechts gerealiseerd worden vanaf ingebruikname var de RWZI,
nochtans is ook in de agglomeraties zonder RWZI reeds een belangrijk deel van de collectering
uitgevoerd, dit verklaart de belangrijke toename van aansluiting in 2007.
4. Zuivering
Stand van zaken
Eind 2005 waren 107 van de 113 te bouwen installaties in gebruik genomen. De werken aan de
overige 6 installaties werden reeds aangevat of worden nog uiterlijk eind 2006 gegund.
Op basis van de jaarconcentraties 2004 voldeden alle installaties aan alle parameters met
uitzondering van 6 RWZI’s, die nog niet voldeden aan de N-effluentnorm. Voor 5 installaties kan, op
basis van de uitgevoerde werken en van de nog niet gevalideerde meetgegevens 2005, reeds gesteld worden dat deze voor 2005 zullen voldoen. Het laatste renovatieproject voor stikstofverwijdering (RWZI Deurne) werd recentelijk afgerond. Vanaf 1.1.06 worden bijgevolg alle bestaande installaties geacht te kunnen voldoen aan de verplichtingen van nutriöntenverwijdering (N en P). Ook de 6 nog in aanbouw zijnde installaties zijn hiervoor ontworpen. Het Vlaams Gewest voldoet hiermee dus aan artikel 5, leden 2 en 3, varı de richtliin. Het Vlaams Gewest heeft maximaal getracht zo snel mogelijk te voldoen aan deze verplichting: voor P werd dit reeds meerdere jaren gerealiseerd, maar voor N vereiste dit op een aantal installaties ingriijpende aanpassingswerken. De uitvoering van deze werken was, evenals de andere investeringen, in bepaalde gevallen onderhevig aan verlengde uitvoeringstermijnen, waarvoor de omstandigheden uitvoerig werden toegelicht in het algemeen gedeelte van ons antwoord. Organische verwerkingscapaciteit In het veld ‘Organische verwerkingscapaciteit' wordt de in het Vlaams Gewest gehanteerde ontwerpcapaciteit ingevuld. Zoals ook reeds uitgebreid toegelicht ten tiide van de opmaak van het 4° Implementatierapport van de Europese Commissie en tiidens de besprekingen van de Werkgroep Rapportering van de RL Stedelijk Afvalwater zijn we het niet eens met het standpunt van de Europese Commissie dat deze waarde als enige waarde voldoende informatie bevat ter beoordeling van de zuiveringsprestatie van de agglomeratie. In bijlage 3 voegen we de gedetailleerde motivatie opnieuw bij. Bestaande zuiveringsprestatie Het meest afwijkend, ten opzichte van de bestaande rapporteringsmodellen inzake de RL SA, was het aangeleverd model ter evaluatie van de bestaande zuiveringsprestatie. Volgens het model in bijlage bij de schriftelijke ingebrekestelling verzoekt de Europese Commissie Belgi& om per zuiveringsinstallatie de zuiveringsprestatie ervan weer te geven aan de hand var concentraties of reductiepercentages voor elke parameter-(BZV, CZV, ZS, N, P), die per maand moeten worden verstrekt. Deze vraag wijkt totaal af van de totnogtoe gehanteerde vraagstellingen van de Europese Commissie: totnogtoe diende per RWZI en voor elke parameter enkel weergegeven worden of de meetresultaten in het referentiejaar conform de verplichtingen volgend uit de Richtliin waren. Wij ontkennen hierbij geenszins het recht van de Europese Commissie om haar vraagstelling te wijzigen, doch deze wijziging stelt ontegensprekelijk praktische problemen. V.M.M. heeft een rapporteringsomgeving ontwikkeld die tegemoet komt aan de bestaande rapporteringsvereisten. Via een geautomatiseerd inflowproces worden de individuele meetresultaten verwerkt tot jaarvrachten en een gemiddelde jaarconcentratie per RWZI. . De vraag voor het leveren van maandgemiddelde waarden is nieuw en dateert van februari 2006. Deze vraag kan niet beantwoord worden via het bestaande rapporteringssysteem en moet dus volledig manueel uitgevoerd worden vertrekkend van de gegevens in de dagaggregaten. .Bijgevolg kan deze nieuwe vraag naar maandgegevens binnen de vooropgestelde termijn niet beantwoord worden. Het Vlaams Gewest heeft er dan ook voor geopteerd om de effluentjaarconcentraties per parameter in te voegen in het rapport. In tegenstelling tot de andere gegevens vervat in de rapportering en hoewel we verwachten dat de prestaties van de RWZI's in 2005 weer aanzienlijk verbeterd zijn (vnl. betreffende N-concentratie) worden hierbij wel de meetgegevens van 2004 gerapporteerd en dit om volgende reden: een grondige datacontrole van de resultaten 2005 gebeurt in de aanloop var het Jaarverslag Water (uitgave V.M.M.) en deze datacontrole vangt aan op 15/03. Het snel leveren van de cijfers van 2005 houdt grote risico's op fouten in. In antwoord op deze specifieke en nieuwe vraag van de Europese Commissie stelt het Vlaams Gewest dan ook voor om na de afronding van de validatieperiode van de meetgegevens 2005 (termijn: 3 maanden) de maandgegevens voor 2005 na te zenden. 10
Slib De behandeling van het op de RWZI’s geproduceerde slib gebeurt in een aantal stappen ziinde slibindikking, deels anadrobe vergisting, mechanische ontwatering, eventueel thermische droging en tot slot eindverwerking. Omdat de slibverwerking een belangrijk deel uitmaakt van de kostprijs voor de waterzuivering werd door Aquafin gekozen voor een maximale centralisatie met als doel een maximale kostenreductie. Dit betekent concreet dat een aantal installaties geen eigen slibverwerking hebben maar dat het slib vloeibaar wordt afgevoerd naar centrale verwerkingseenheden. Op deze centrale installaties kan dan dit vloeibaar aangevoerde slib samen met het eigen slib mogelijks vergist en daarna mechanisch ontwaterd worden, Afhankelijk van de gekozen eindverwerking zal het mechanisch ontwaterd slib verder worden gecentraliseerd naar een 6-tal eindafzetwegen eventueel voorafgegaan door centrale thermische droging. Gezien bedoelde centralisatie totaal los staat van de agglomeratiegrootte en gezien dat vloeibaar aangevoerd slib (geproduceerd in verschillende agglomeraties) wordt vermengd met slib van een installatie die een eigen behandeling heeft en gelegen is in nog een andere agglomeratie en dan op ziin beurt een eindafzet kent die weer in een andere agglomeratie of zelfs buiten Vlaanderen gelegen is, bleek een indeling var de slibafzet per agglomeratie voor de NV Aquafin niet mogelijk. Dit heeft voor gevolg dat de totale hoeveelheid slib, die binnen of buiten de installatie wordt behandeld niet kan uitgedrukt worden in % var de jaarproductie, gezien deze hoeveelheden de eigen jaarproductie vaak overschrijden. Voor alle velden wordt de slibhoeveelheid dan ook uitgedrukt in ton ds per jaar (in plaats van % van jaarproductie). 11
ll. Rapportering ter verstrekking van de gevraagde gegevens De rapporten ter verstrekking van de gevraagde gegevens vindt u in bijlage 5. De digitale versie bevindt zich op de diskette in bijlage 6. Il. Conclusies t.a.v. de lopende ingebrekestelling Op basis van het voorgaande is aangetoond dat het Vlaams gewest zeer goed op weg is om volledige uitvoering te geven aan de bepalingen Richtlijn 91/271/EEG, waarvan het Hof van Justitie in haar arrest dd. 8 juli 2004 in de zaak C-27/03 de niet-correcte uitvoering heeft vastgesteld. Reeds sinds de inwerkingtreding in 1991 van de richtliin werd door de Vlaamse overheid een enorme financi&le impuls gegeven en een bestuurliike omkadering tot stand gebracht om de noodzakelijke infrastructuur voor de zuivering van het stedelijk afvalwater te realiseren. Dat heeft jaar na jaar tot aanzienlijke vooruitgang geleid in het licht van het opgelegde resultaat. Dit is opmerkelijk gelet op de historische achterstand en de objectieve nadelige omstandigheden in Vlaanderen om dergelijke grootschalige leidingwerken te organiseren. In het bijzonder in verband met de thans gevoerde procedure van artikel 228 van het EG-verdrag vestigt de Vlaams gewest de aandacht van de Commissie op de door het Hof van Justitie gestelde randvoorwaarden. Het Hof heeft bij de beoordeling van de vordering van de Commissie op grond van voormeld artikel wegens onvoldoende uitvoering van een arrest geveld op grond van artikel 226 varı het EG-verdrag, gewezen op het feit dat de veroordeelde lidstaat onverwijld met de uitvoering moet beginnen en dat de uitvoering ook zo snel mogelijk moet worden voltooid, maar dat de Commissie procedure moet voeren met inachtneming van “een redelijke termijn “, te rekenen vanaf de vanaf datum var het eerste arrest. De Commissie heeft een grote beoordelingsvriiheid om de omstandigheden te beoordelen die zich voordoen op het einde van het met reden omkleed advies, die zij kan uitbrengen na het antwoord op de voorliggende ingebrekestelling. Echter, het Vlaams gewest is van oordeel dat de Commissie in alle redelijkheid niet kan voorbijgaan aan de vaststelling (zoals in deze nota gedetailleerd is beschreven) dat de Vlaamse regering erop heeft toegezien dat de achterstallige projecten met urgentie volledig zullen worden uitgevoerd. Het aantal nog uit te voeren projecten is al bij al beperkt. Bovendien is het van belang erop op te wijzen dat tiidens het ganse traject om een zuiveringsproject volledig te operationaliseren dwingende juridische termijnen gelden (gunningsprocedures, vergunningsprocedures, eventueel onteigeningen e.d.m.). Deze dwingende termijnen vloeien voort uit de rechtsbescherming die ook door andere Europese regels aan de burgers en het leefmilieu worden geboden (Mer-richtliinen, bescherming eigendomsrecht, inspraakmogelijkheden inzake leefmilieu voor de burger en verhaalsmogelijkheden bij de rechter). Zelfs in een strikt wettelijke tiidsverloop en zonder juridische incidenten telt het traject vier tot vijf kalenderjaren. De conclusie is dan ook dat het Vlaams gewest structureel en aan het hoogst mogelijke tempo uitvoering geeft aan het arrest zodat geen objectieve redenen bestaan om in de komende drietal jaren de procedure var artikel 228 van het EG-verdrag verder te zetten. Daarnaast engageert het Vlaams gewest zich ten volle om op regelmatige basis de verdere stand van zaken op vlak van uitvoering te presenteren. Alleszins zijn de bevoegde diensten bereid om op korte termijn over de schrifteliike verstrekte gegevens een mondelinge toelichting te verschaffen. Zoals in de nota is verklaard moet wel hier en daar een kanttekening gemaakt worden bij de wijze waarop de Commissie in haar ingebrekestelling verzoekt bepaalde gegevens over de conformiteit met de bepalingen van de richtliin aan te leveren. De format en de interpretaties die in de bijlage van de ingebrekestelling staan, zijn in elk geval nieuw en doen twijfels riizen over de vereiste dat de bezwaren inzake niet-naleving in een procedure van artikel 228 van het EG-verdrag niet mogen afwijken van de door het Hof van Justitie vastgestelde schendingen van de richtlijn. Alleszins is dergelijke verregaande nieuwe wijze van rapportering nog niet afdoende besproken geweest in het Comite ingesteld overeenkomstig artikel 18 van de richtliin 91/271/EEG. Het feit dat deze nieuw voorgestelde rapporteringwijze tot zeer grote dicussies aanleiding geven, lijkt er nogmaals op te
wijzen dat, objectief bekeken, de beoordeling van de volledige uitvoering van de richtliin voor Commissie en Lidstaten een zeer complexe zaak is. Over de gerapporteerde gegevens wenst het Vlaams gewest in elk geval spoedig een gesprek op technische niveau te voeren. Ik ben ervan overtuigd dat de Commissie bereid is om in volle vertrouwen in en in een voortdurende geest van overleg in casu de uniforme toepassing van het gemeenschapsrecht in Vlaanderen te beoordelen. Brussel, 25 APR. >N06 De Vlaamse Minister van Openbare Kerken, Ene rgie, Leefmilieu en Natuur Bijlagen: Bijlage 1: Doorlooptijd project Bijlage 2: Code van Goede Praktijk (Uitgave december 1996, ten dele) Bijlage 3: Ontwerpcapaciteit RWZI’s Bijlage 4: Kaarten Agglomeraties - Aalter - Hamme - Tongeren - ‚Sint-Pieters-Leeuw - Temse - Ruisbroek - Merchtem Bijlage 5: Rapportering ter verstrekking van de gevraagde informatie Bijlage 6: Diskette 13
No No Non Falsch Neen 106 -52C SOF-125F Never Nunca eis aW Jamais Nie FLOPPY DISK SHIPPER Nooit