Reply Flanders to ALFN 260 of 12 Feb 2008 - SG 2008 A 1585 - redacted

/ 16
PDF herunterladen
Het Vlaamse Gewest wenst de Europese Commissie er nogmaals op te wijzen dat de enorme
vertraging van dit dossier te wijten is aan de herhaaldelijke juridische procedures (13 in totaal!)
die door een beperkte groep van omwonenden werden aangespannen en dat het Vilaamse
Gewest vele inspanningen heeft geleverd en maatregelen heeft ondernomen om hieraan te
verhelpen.

Recenteliik nog heeft het Vlaamse Gewest aan de NV Aquafin biikomend de opdracht
gegeven om samen met de aannemer van de werken te bestuderen of er nog extra .
maatregelen mogelijk ziin om de uitvoeringstermijn van de werken alsnog in te korten. De
resultaten van dit onderzoek ziin op heden nog niet gekend. Het Vlaamse Gewest zal de
Europese Commissie hierover verder informeren, zodra er bijkomende informatie ter
beschikking is.

Met betrekking tot de vaststelling van onvoldoende aansluitingen kan de volgende stand van zaken
medegedeeld worden.

1.
2.
3.

10.

Antwerpen-Zuid: de aansluiting is eind 2007 voor 100% gerealiseerd.
Bambrugge: de aansluiting is eind 2007 voor 100% gerealiseerd.

Beersel: de aansluiting van de resterende vuilvracht is afhankelijk van de uitvoering van het
collectorproject "97252 / Collector Dworp fase 3”. Dit project liep door projectspecifieke
omstandigheden bijkomende vertraging op; een projectfiche met verdere detaillering wordt
toegevoegd in bijlage.

Berlaar: op 15/1/08 is het pompstation, dat de resterende vuilvracht aanslult, in werking
gesteld. Hiermee is de aansluiting voor 100% gerealiseerd.

Beveren: eind 2007 is de aansluiting voor rulm 84% gerealiseerd. Het collectorproject ter
aansluiting van de ontbrekende vuilvracht is in uitvoering (aanbesteed op 10/11/06). De
uitvoeringstermijn bedraagt 300 werkdagen. Dit is een zeer beperkte uitvoeringstermijn voor
een project van 11 mio. EURO. Het einde van de rioleringswerken is voorzien voor december
2008. De fasering is zo uitgewerkt dat reeds voor het einde der werken een groot deel van de
vuilvracht aangesloten wordt.

Beveren-Leie: eind 2007 is de aansluiting van vuilvracht in dit gebied tot aan de locatie van de
RWZI voor 48% gerealiseerd. Deze vuilvracht zal bij ingebruikname van de RWZI in maart
2008 onmiddellijk aangesloten zijn op de RWZI.

Het project "99.545 — Collector Plaatsebeek — Ooigem” verantwoordelijk voor aansluiting van
12% bijkomende vuilvracht liep enige vertraging op in ontwerpfase (conceptuele
aanpassingen nodig. aan de resultaten van de MER-studie) en werd in september 2007
gepubliceerd. De werken zullen wellicht begin 2009 be&indigd worden.

De resterende vuilvracht zal slechts aangesloten worden na uitvoering van de collector
"99.544 / Collector RWZI Beveren-Leie — Bavikhove — Hulst”. Hiervan is. reeds 23%
stroomopwaarts gecollecteerd, doch het ontbreken van deze collector belet de aansluiting op
de RWZI. Het project 99.544 liep in de ontwerpfase vertraging op, gezien de collector
doorheen VEN-gebied loopt; een projecifiche met verdere detaillering is toegevoegd in bijlage.

Boortmeerbeek: de aansluiting is eind 2007 voor 100% gerealiseerd
Gent: de aansluiting is eind 2007 voor 100% gerealiseerd

Grimbergen: eind februari 2008 zal de aansluiting van vuilvracht in dit gebied voor 85%
gerealiseerd zijn. In september 2008 zal nog 5% bijkomende vuilvracht aangesloten worden.

De laatste 10% kan pas aangesloten worden na uitvoering van de collector "97.248 -—
Trawoolcollector”. Dit project liep in de ontwerpfase vertraging op; een projectfiche met
verdere detaillering wordt toegevoegd in bijlage.

Ingelmunster: eind 2007 is de aansluiting van vuilvracht in dit gebied voor 69% gerealiseerd.

Het project “97.550 / Collector .Zuidkaai -— Kanaal — Abele — Mentenhoek” nodig voor
aansluiting van 18% bijkomende vuilvracht is sinds oktober 2007 aanbesteed. De aansluiting
van de vuilvracht zal eind 2008 (uiterlijk begin 2009) gerealiseerd zijn.

 

Complementaire ingebrekestelling dd. 23/10/08 — Reactie Vlaamse Gewest Pagina 3 van 7
11

De resterende vuilvracht zal aangesloten worden na uitvoering van de collector "97.551B —
Collector Pastoriebeek — Kasteelbeek — Van Den Bogaerdelaan”. Dit project liep in de
ontwerpfase vertraging op (gekoppeld aan complexe afkoppelingswerken); een projectfiche
met verdere detaillering is toegevoegd in bijlage.

11. Lede: de aansluiting is eind 2007 voor 100% gerealiseerd

12. Leuven: de aansluiting is eind 2007 voor rum 88% gerealiseerd. De collectorprojecten ter
aansluiting van de ontbrekende vuilvracht zijn in uitvoering en zullen uiterliik eind 2008
gerealiseerd zijn.

13. Liedekerke: eind 2007 is de aansluiting voor 83% gerealiseerd. Bijkomend is reeds 6%
gecollecteerd, doch de aansluiting hiervan is afhankelijk van de uitvoering van de collector .
"95.445B / Collector Kerksken”. Deze werken zijn reeds geruime tijd in uitvoering, doch liepen
ten gevolge van uitvoeringsproblemen enkele maanden vertraging op. Medio februari 2008 zal
de aansluiting voor 100% gerealiseerd zijn.

14. Mechelen-Noord: eind 2007 is de aansluiting voor rulm 83% gerealiseerd. De resterende
vuilvracht zal aangesloten worden na de uitvoering van collector "20.213 / Collector + PS + PL
E19”. Dit project liep in de ontwerpfase vertraging op omwille van problemen met de
grondverwerving. Recentelijk werden de nodige vergunningen bekomen en aanbesteding is
voorzien begin maart 2008. Omwille van de uitgestrektheid van het project zal het ongeveer

. 1.5 jaar duren vooraleer het project volledig zal uitgevoerd zijn. Aan de aannemer werd een
gefaseerde uitvoering opgelegd, die een zo spoedige mogelijke aansluiting van zoveel
mogelijk vuilvracht vooropstelt.

15. Rotselaar: de collectorprojecten ter aansluiting van de ontbrekende vuilvracht zijn in
uitvoering. De aansluiting zal wellicht tegen medio 2008 voor 100% gerealiseerd zijn.

16. Sint-Pieters-Leeuw: zie hoger (Reactie op punt 19)

17. Tervuren: de werken aan de toevoerleidingen naar de RWZI zijn reeds geruime tijd in
uitvoering. Ten gevolge van uitvoeringsproblemen (secanspalen, ...) zullen de werken
be&indigd zijn in mei 2008.

18. Wetteren: eind 2007 is de aansluiting van vuilvracht in dit gebied voor 49% gerealiseerd.

- Twee projecten nodig voor aansluiting van de resterende vuilvracht zijn reeds aanbesteed en

zullen begin 2009 uitgevoerd zijn. Het derde noodzakelijke project is eveneens gedeblokkeerd

en zal nog voor medio 2008 gepubliceerd worden. Gelet op de omvang van de werken zal het

tot eind 2009 duren vooraleer het project uitgevoerd is. In fase uitvoering zal zoveel mogelijk
vuilvracht zo snel mogelijk aangesloten worden.

Het Vlaamse Gewest erkent dat medio februari 2008 11 agglomeraties een aansluiting van minder
dan 100% hebben, doch wenst nogmaals te benadrukken dat de collectering in deze agglomeraties
ook reeds ver gevorderd is, zodat de globale collecteringsverplichting in agglomeraties groter dan
10.000 IE voor nagenoeg 98% gerealiseerd is (dit is inclusief de gerealiseerde collectering afwaterend
naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

Het Vlaamse Gewest heeft vele inspanningen geleverd en maatregelen genomen om het arrest van 8
juli 2004 zo spoedig mogelijk uit te voeren en wiist erop dat de uitvoering van de resterende
collectorprojecten afhankelijk is gebleken van een aantal projectspecifieke omstandigheden. De
projectfiches in bijlage 4 geven voor de hierboven vermelde probleemdossiers in detail een weergave
van de projecthistoriek en van de diverse genomen maatregelen, alsook een nieuwe prognose voor
de nog te doorlopen projectstadia.

Met betrekking tot de onvoldoende behandelcapaciteit van sommige zuiveringsstations is het
Vlaamse Gewest het oneens met deze vaststelling.

Het Vlaamse Gewest verwijst hiervoor naar de bijlage 3 van het antwoord van het Vlaamse Gewest
var 27 april 2006 (A(2006)8128) op de ingebrekestelling dd. 30 januari 2006.

Het Vlaamse Gewest is van oordeel dat de installaties van het Vlaamse Gewest voldoen aan artikel 10
van de richtliin 91/271/EEG dat stelt de zuiveringsstations zodanig moeten worden ontworpen,
gebouwd, ge&xploiteerd en onderhouden dat zij onder alle normale plaatselijke weersomstandigheden
op bevredigende wijze kunnen blijven functioneren. Het Vlaamse Gewest baseert zich hierbij op de

 

Complementaire ingebrekestelling dd. 23/10/08 — Reactie Vlaamse Gewest Pagina 4 van 7
12

hydraulische capaciteiten van de installaties (biologische straat), gecombineerd met de meetresultaten
van de effluentconcentraties.

Uit de besprekingen in de Deskundigengroep “Richtliin 91/27V/EEG” en het document “Terms and
Definitions of the UWWT Directive 91/271/EEG” is gebleken dat voor de berekening van de
ontwerpcapakciteit van de zuiveringsinstallaties geen eenduidige methode gehanteerd wordt door de
diverse Europese lidstaten; dit is tevens het geval voor de berekening van de agglomeratiegrootie.

Gelet op de aanpak in het Vlaamse Gewest, waarbij de agglomeratiegrootte maximaal berekend
wordt, waardoor de Europese Commissie verzekerd is van de toepassing van de strengste normen,
en waarbij de theoretische ontwerpcapaciteit van de zuiveringsinstallaties slechts de capaciteit van de
te behandelen huishoudelijke vuilvracht weergeeft, is een eenvoudige vergelijking van beide waarden
geen weergave van de behandeling van het stedelijk afvalwater.

Gelet op de vraag van de Europese Commissie naar bijikomende verduidelijking en bevestiging wordt
in billage 5 voor de betrokken agglomeraties volgende detailinformatie toegevoegd:

Bijlage 5a

1. De hydraulische capaciteit van de biologische straat van de zuiveringsinstallaties omgerekend
naar IE ({1IE = 150 \/dag). Met deze gegevens wordt aangetoond dat alle stedelijk afvalwater
gegenereerd en ingezameld in de agglomeratie meer dan ruimschoots binnengetrokken en
behandeld kan worden in de betrokken zuiveringsinstallaties. De meetresultaten van het
toezicht op de kwaliteit ziin van toepassing op dit volledig debiet van stedelijk afvalwater.

2. De verhouding van deze hydraulische capaciteit van de biologische straat van de
zuiveringsinstallaties tot de agglomeratiegrooite.

Uit deze gegevens blijikt duideliik dat de. in Europa standaard voorkomende 3DWA-
behandeling van het stedelijk afvalwater door alle installaties minimaal gerealiseerd- wordt.
Uniek in Europa is bovendien dat de DWA-behandelingscapaciteit van de recentere
installaties zelfs oploopt tot een 10-voudig DWA-debiet.

De beslissing hiertoe werd genomen in de loop van 2000 voor alle sindsdien nieuw te bouwen
en te renoveren installaties. Uit onderzoeksresultaten van de NV Aquafin, verantwoordelijk
voor de bouw en de exploitatie van de zuiveringsinstallaties, was immers gebleken dat voor
nagenoeg dezelfde prijs m&er afvalwater (met name 60,4 = 10.3 DWA) biologisch behandeld
kon worden dan de voordien toegepaste standaard (3Q,4 biologisch + 3Q4u via’
regenbezinktank). Dit betekent dat voor de meeste installaties ook bij zeer hevige en/of
langdurige regenval zeer veel ingezameld afvalwater nog steeds biologisch kan behandeld
worden, wat uiteraard een uitermate gunstige invloed heeft op de overstortevents en —
frequenties in het aanvoerend steisel.

Bijlage 5b

3. De individuele effluentmeetresultaten (per parameter) per betrokken zuiveringsinstallatie.
Deze meetresultaten geven in detail de prestaties van de zuiveringsinstallaties voor alle
biologisch behandeld stedelijk afvalwater en tonen aan dat de prestaties van de installaties
continu doorheen het jaar gerealiseerd kunnen worden.

Met betrekking tot de vermindering van het fosfor- en stikstofgehalte van het stedelijk afvalwater
is het Vlaamse Gewest van oordeel dat volgens de richtliin geen maandnormen doch een
jaargemiddelde var toepassing is.

1. De ontbrekende gegevens voor fosforvermindering zijn bovendien O(nul)-waarden, gelet op.
een gemeten resultaat beneden de detectielimiet. Hierbii werd dus een optimale
fosforverwijdering gerealiseerd. Het maximum jaargemiddelde voor fosfor (2 mg/l) werd voor
elk van de installaties,.gerespecteerd.

2. De zuiveringsinstallatie van Genk kende in 2005 een jaargemiddelde van 14.97 mg/l en
voldeed hiermee nipt aan de verplichtingen. In 2006 werd een jaargemiddelde var 15.33 mg/l
gerealiseerd: dit hoger jaargemiddelde werd veroorzaakt door een incidentele bedfrijfslozing,
die een zeer hoge stikstofeffluentwaarde tot gevolg had en beinvloedde het jaargemiddelde
negatief. De nodige maatregelen ten aanzien van het bedrijf werden getroffen.

 

Complementaire ingebrekestelling dd. 23/10/08 — Reactie Vlaamse Gewest Pagina 5 van 7
13

Gelet op de relatief hoge stikstof-jaargemiddelden van 2005 en 2006 werden in het najaar van
2006 een aantal aanpassingen uitgevoerd aan de RWZI Genk: een regenbezinktank werd
omgebouwd tot biikomend beluchtingsvolume. De reeds beschikbare meetgegevens voor
2007 (doch nog niet alle gevalideerd) geven aan dat voor 2007 een jaargemiddelde lager dan
13 mg/l zal gerealiseerd worden. De RWZI Genk voldoet dus aan de verplichtingen van de
Richtlijn Stedelijk Afvalwater.

Conclusie:

Alle bovenstaande gegevens samengevat is het Vlaamse Gewest van oordeel dat na medio februari
2008 voor nog slechts 11 van de 112 agglomeraties in het Vlaamse Gewest artikel 5, leden 2 & 3, niet
volledig is uitgevoerd.

Bovendien is het Vlaamse Gewest van oordeel dat een zeer belangrijke vooruitgang werd geboekt. Bij
het in voege treden van de richtliin 91/271/EEG kende het Vlaamse Gewest een enorme achterstand
in de uitbouw van waterzuiveringsinfrastructuur. Het aantal investeringen was bijgevolg gigantisch en
diende gespreid te worden in de tiid. De normale doorlooptijd van projecten (4 a 5 jaar, zoals ook
bevestigd door andere lidstaten) werd bovendien vaak verlengd door oorzaken van diverse oorsprong,
waar het Vlaamse Gewest geen of onvoldoende vat op had (juridische problemen, andere Europese
richtliinen, werken door derden, wateroverlast, ...).

Ten tijde van de veroordeling voldeden 71 agglomeraties aan de aansluitingsverplichting en voldeden
88 installaties aan de zuiveringsverplichting. Het Vlaamse Gewest nam diverse maatregelen en kon
op een periode var 3.5 jaar (sinds de veroordeling) een enorme vooruitgang boeken. Tegen medio
februari 2008 zullen 30 agglomeraties biikomend voldoen aan de aansluitingsverplichting en 22
installaties bijkomend: voldoen aan de zuiveringsverplichting. Ook in de overige. agglomeraties is
minstens al een aanvang genomen met de bouw van de installaties, alsook is reeds een belangrijk
deel van de collectering aanwezig (98% gerealiseerd!).

De beperkte groep van nog te realiseren collectorprojecten wordt van zeer nabij opgevolgd en een zo
kort mogelijke doorlooptijd wordt nagestreefd. Het Vlaamse Gewest heeft de intentie de Europese
Comimissie hierover op regelmatige tijdstippen op de hoogte te houden.

Reactie op punt 31

Gelet op de continufteit tussen de agglomeratie Brussel van het Brussels Hoofdstedelijik Gewest’en de
agglomeraties Brussel-Noord en Brussel-Zuid van het Vlaamse Gewest wordt vanaf heden de
agglomeratie Brussel uitgebreid met deze agglomeraties van het Vlaamse Gewest en hiermee
aangepast aan de besprekingen in de Deskundigengroep "Richtliin 91/271/EEG” en aan de toelichting
in het document “Terms and Definitions of the UWWT Directive 91/172/EEG”.

 

Complementaire ingebrekestelling dd. 23/10/08 - Reactie Vlaamse Gewest Pagina 6 van 7
14

Biilagen Bijlage 1:        Afbakening agglomeratie Sint-Pieters-Leeuw Bijlage 2:        Agglomeratie Sint-Pieters-Leeuw: Project 97.254 Bijlage 3:        Agglomeratie Sint-Pieters-Leeuw: Bevolkingsdichtheid & lndustrie Bijlage 4:        4.1      Agglomeratie Beerset:                Project 97.252 4.2      Agglomeratie Beveren-Leie:           Project 99.544 4.3      Agglomeratie Grimbergen:             Project 97.248 4.4      Agglomeratie lngelmunster:           Project 97.551B Bijlage 5:        5a        Hydraulische behandelcapaciteit van RWZl's 5b        Effluentmeetgegevens per RWZI en per parameter Bijlage 6:        Vragenlijst bij de ingebrekestelling dd. 30/01/2006 - Vierde update Vlaamse Gewest Complementaire ingebrekestelling dd. 23/10/08- Reactie Vlaamse Gewest                       Pagina 7 van 7
15

16